Nieuwe OV-begeleiderskaart gebruiksvriendelijker

Nieuwe OV-begeleiderskaart gebruiksvriendelijker

Mensen met een beperking die onder begeleiding reizen met het openbaar vervoer,  hebben voortaan nog maar één kaart nodig om de stations met poortjes in en uit te kunnen. Tot op heden gebruiken zij een OV-begeleiderskaart in combinatie met een losse chipkaart om de poortjes te kunnen openen. In het dagelijks gebruik blijkt dit, vooral voor mensen met een visuele beperking, niet erg praktisch en daarom heeft staatssecretaris Dijksma (Infrastructuur en Milieu) in overleg met de vervoerders besloten om beide kaarten samen te voegen tot een nieuwe combikaart.

Aanvragers van nieuwe en vervangende kaarten krijgen niet langer meer twee kaarten thuisgestuurd, maar één hardplastic OV-begeleiderskaart met chip, waarmee zij op trein- en metrostations poortjes kunnen openen. De kaart maakt reizen met het openbaar vervoer makkelijker en toegankelijker voor reizigers die niet zonder persoonlijke begeleiding kunnen reizen.

Staatssecretaris Dijksma heeft op verzoek van de Tweede Kamer en de Oogvereniging in overleg met de vervoerders besloten om beide kaarten samen te voegen tot de nieuwe OV-begeleiderskaart, nadat in de praktijk was gebleken dat het reizen met twee kaarten verwarrend kan zijn en dat het risico op verlies groter is. Met name voor slechtziende en blinde reizigers is het makkelijker om te werken met één pas.

Bezitters van de huidige OV-begeleiderskaart en chipkaart blijven die gewoon gebruiken, totdat zij een bericht krijgen dat hun pas aan vervanging toe is.

Bron: de Rijksoverheid

Deel deze pagina via: twitter
Volg ons via: twitter

CRvB: Schuldregeling Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) terecht beëindigd.

Schuldregeling Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) terecht beëindigd.

Het gemeentebestuur van Groningen heeft volgens uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (hoogste rechter) d.d. 8 februari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:295) terecht het standpunt ingenomen dat de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) het gemeentebestuur niet verplicht de rechtbank te verzoeken om vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet, indien niet alle schuldeisers akkoord gaan met de aangeboden schuldregeling.  Het gemeentebestuur beëindigde de schuldregeling omdat niet alle schuldeisers met de aangeboden regeling akkoord zijn gegaan. Nu die omstandigheid buiten de macht van het gemeentebestuur ligt, kan bij die beëindiging geen nadere belangenafweging plaatsvinden. Het gemeentebestuur bood de belanghebbende in de vorm van budgetbeheer en hulp bij een traject tot toelating tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP). Dat de belanghebbende daarvan geen gebruik wil maken, dient voor zijn rekening te blijven en maakt de beëindiging van de schuldhulpverlening niet onevenredig.

Voor de volledige tekst van de uitspraak,  klik op http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=

 

 

 

 

Deel deze pagina via: twitter
Volg ons via: twitter

Bijstandsboete vaak te hoog!

Uitgangspunt boete

Uitgangspunt van de Fraudewet is dat de opgelegde boete even hoog is als het bedrag dat de bijstandsgerechtigde te veel aan bijstand heeft ontvangen door schending van hun inlichtingenverplichting (fraudebedrag).

Hoogste rechter

Volgens de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter op het gebied van het sociale zekerheidsrecht, moet de  hoogte van een bijstandsboete zo worden vastgesteld, dat een betrokkene deze binnen een redelijke termijn kan betalen. Zo wordt voorkomen dat het opleggen van een boete tot gevolg heeft dat een betrokkene zeer langdurig op het absolute minimum moet leven. De Centrale Raad van Beroep gaat uit van een maximale termijn van twee jaar. Bij de vaststelling van die termijn moet ook rekening worden gehouden met de mate van verwijtbaarheid van betrokkene, zodat de periode ook korter kan zijn. In jurisprudentie wordt ook grove schuld als mate van verwijtbaarheid toegepast.

Bijstandsboete vaak te hoog
De ervaring leert dat sommige gemeenten de boete te hoog vaststellen. Daarmee voldoen zij  niet aan de door de rechtspraak vastgestelde eisen. De hoogte van de boete moet namelijk worden afgestemd aan de mate van verwijtbaarheid. Veel gemeentes geven ten onrechte nog boetes van 100% of 50%  van het bedrag dat teveel aan bijstand is uitgekeerd. Een boete van 100% mag alleen worden opgelegd bij opzet. Bij grove schuld is een boete van 75% op zijn plaats. Bij “‘normale” verwijtbaarheid mag de gemeente een boete opleggen van 50% en bij verminderde verwijtbaarheid is een lagere boete van 25% mogelijk.

U bent het niet eens met de (hoogte van de) boete.
Bezwaar maken, kan nuttig zijn. Stuur ons met de SSL beveiligde internetverbinding online contactformulier uw gegevens toe. Een ervaren bijstandsspecialist informeert u vrijblijvend en kosteloos over de juiste juridische aanpak.

 

Deel deze pagina via: twitter
Volg ons via: twitter

Participatiewet en WMO – latrelatie of huwelijk?

Participatiewet en WMO – latrelatie of huwelijk?
Bron: www.movisie.nl.

De grote belofte van de decentralisaties was het integraal werken. Zorg en ondersteuning dichterbij, minder versnipperd en minder duur om te organiseren. Deze publicatie zoemt in op de verbinding tussen de Participatiewet en de Wmo 2015. Beide wetten komen uit compleet andere werelden. Hoe verhouden deze twee zich tot elkaar? Is deze verbinding tot stand gekomen? En zijn de beoogde voordelen – betere en goedkopere ondersteuning van kwetsbare mensen – behaald?

In het tweede deel beschrijft Movisie 16 vernieuwende uitvoeringspraktijken waar de beide wetten elkaar lijken te raken en versterken. De conclusie is: juist op lokaal niveau ontstaan er mooie initiatieven: bottom-up, vernieuwend en mensgericht.

Kijk voor meer informatie op www.movisie.nl.

Deel deze pagina via: twitter
Volg ons via: twitter

Meeste cliënten positief over ondersteuning Wmo

Meeste cliënten positief over ondersteuning Wmo – Bron: www.vng.nl

Alle gemeenten deden in 2016 onderzoek naar de ervaringen van Wmo-gebruikers. De gegevens van ruim 85.000 cliënten laten zien dat de meesten van hen positieve ervaringen hebben met de Wmo-ondersteuning door gemeenten.

Meer dan driekwart van de ondervraagden geeft op de meeste vragen een positief antwoord. Dit blijkt uit onderzoek gebaseerd op representatieve steekproeven in 354 gemeenten. Gemeenten gebruiken het cliëntervaringsonderzoek bij hun lokale verantwoording en beleidsdiscussies.

Lees verder op:  https://vng.nl/onderwerpenindex/maatschappelijke-ondersteuning/wmo-2015/nieuws/clientervaringen-wmo-ondersteuning-overwegend-positief

 

 

 

Deel deze pagina via: twitter
Volg ons via: twitter

Gemeente moet u betalen bij (te) trage besluitvorming

Trage besluitvorming door de gemeente? Gemeente moet u betalen bij (te) trage besluitvorming

De gemeente moet binnen acht acht weken beslissen op uw aanvraag algemene of bijzondere bijstand en Wmo-aanvragen.  Alleen de afhandeling van een aanvraag voor een woonruimteaanpassing mag zestien weken duren. Als u afhankelijk bent van besluitvorming van de gemeente/sociale dienst en geen geld of voorziening hebt, dan is het natuurlijk wenselijk dat besluiten zo snel mogelijk worden genomen. Om u als aanvrager van besluiten niet te lang te laten wachten heeft de wetgever dan ook diverse termijnen bepaald waarbinnen een besluit moet worden vastgesteld. De praktijk leert echter dat gemeenten en sociale diensten zich niet altijd aan die beslistermijnen houden.

Wet dwangsom – Ingebrekestelling
Heeft u te maken met een gemeente/sociale dienst die traag handelt?  Indien de gemeente niet binnen acht weken op uw aanvraag algemene of bijzondere bijstand of Wmo-aanvraag (woonruimteaanpassing zestien weken) beslist kunt u de gemeente in gebreke stellen en men kan dan indien de gemeente niet beslist binnen twee weken een dwangsom ontvangen.

Laat onze specialisten de ingebrekstellingsprocedure  met toepassing van de Wet dwangsom en zo nodig met inschakeling van de rechter versnellen om de gemeente/sociale dienst te dwingen tot besluitvorming.  Nadat de ingebrekestelling is ontvangen, heeft de gemeente nog twee weken de tijd om een besluit te nemen. Bij het uitblijven daarvan verbeurt de gemeente een dwangsom. De dwangsom bedraagt:

  • de eerste veertien dagen:
    € 20,- per dag
  • de volgende veertien dagen:
    € 30,- per dag
  • de laatste veertien dagen:
    € 40,- per dag

Anders gezegd: u kunt een dwangsom ontvangen van maximaal € 1.260,–

Om in aanmerking te komen voor gratis rechtsbijstand kunt u tijdens het telefonisch spreekuur op werkdagen tussen 09.00 uur  – 10.00 uur via telefoonnummer:
0499 – 21 65 47 contact met ons opnemen.  Eventueel volgt doorschakeling naar een bijstands- en Wmo-specialist van KRL. U betaalt alleen uw gebruikelijke belkosten. U vindt deze kosten op de website van uw telefoonaanbieder.

KRL laat u niet alleen staan, maar gaat naast u zitten en zal u kosteloos bijstaan met deskundige sociaal juridische dienstverlening.

Deel deze pagina via: twitter
Volg ons via: twitter

GEMEENTEN MOGEN MANTELZORG NIET AFDWINGEN

Gemeenten mogen de ondersteuning door mantelzorgers niet afdwingen en zorg en ondersteuning weigeren of intrekken. Gemeenten moeten vooraf onderzoeken of personen bereid zijn om onbetaald ondersteuning te bieden. Dat blijkt uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in een zaak die tegen de gemeente Etten-Leur was aangespannen.

Ten onrechte

De hoogste bestuursrechter heeft geoordeeld dat Etten-Leur het persoonsgebonden budget (pgb) van een vrouw met lichamelijke beperking ten onrechte heeft beëindigd. De vrouw kan haar huishouden niet zelf doen en ontving al voor de invoering van de Wmo 2015 een pgb om dat zelf te regelen. Haar dochter werd vanuit het pgb betaald om de huishoudelijke hulp te bieden. Na invoering van de Wmo 2015 stelde de gemeente dat de vrouw voortaan – onbetaald – een beroep moest doen op haar dochter en beëindigde het pgb. De dochter wil niet onbetaald het huishouden doen en is daarmee gestopt. Er is geen sprake van mantelzorg als de zorgverlener – in dit geval de dochter – voor de dienstverlening wil worden betaald, stelt de CRvB in zijn vonnis. De hulp van de dochter kan daarom niet als mantelzorg worden aangemerkt. ‘Deze hulp werd immers verleend op grond van een overeenkomst en vloeide niet direct voort uit de tussen moeder en dochter bestaande sociale relatie.’

Niet afdwingen

Mantelzorg kan niet kan worden afgedwongen en gemeenten moeten vooraf onderzoeken of personen wel bereid zijn om onbetaald ondersteuning te bieden, zo stelt de CRvB. Bij de vaststelling of een betrokkene recht heeft op een voorziening op grond van de Wmo 2015, mogen gemeenten geen rekening houden met mantelzorg die wel geleverd zou kunnen worden, maar die een potentiële mantelzorger niet bereid is te leveren.

Recht op pgb

In het geval van Etten-Leur stelt de CRvB  in zijn vonnis dat de gemeente niet van de dochter mag eisen dat zij de huishoudelijke hulp onbetaald verricht. Daarnaast mag de gemeente bij de vaststelling van het recht op een voorziening er niet vanuit gaan dat de dochter de zorg onbetaald wil leveren. De vrouw heeft nog steeds recht op een pgb voor huishoudelijke ondersteuning.

Bron: Binnenlands Bestuur

Deel deze pagina via: twitter
Volg ons via: twitter

Centrale Raad van Beroep: ‘Korten bijstand vanwege zorgrelatie mag niet’.

Ongehuwd samenwonenden, waarvan de een voor de ander zorgt, mogen niet zonder meer als stel worden beschouwd. De uitkering van de een mag dan ook niet zonder meer worden geschrapt als de ander voldoende inkomsten heeft. Dat heeft de Centrale Raad van Beroep op 6 december 2016 bepaald.

Zorgovereenkomst

De zaak werd aangespannen door een vrouw die door herseninfarcten in een rolstoel is  beland. Zij huurt een kamer bij een kennis, die haar verzorgt. De vrouw leeft van een bijstandsuitkering en heeft een persoonsgebonden budget voor de zorg die zij nodig heeft. Met de kennis heeft zij een zorgovereenkomst. Hij verzorgt de vrouw en zijn salaris wordt betaald uit haar pgb.

Zie de uitspraak: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:4487

Deel deze pagina via: twitter
Volg ons via: twitter

Boete bijstand gekregen? Gratis hulp bij bijstand boete!

centrale-raad-van-beroep-385x200

Centrale Raad van Beroep te Utrecht.

Uitspraak Centrale Raad van Beroep inzake financiële draagkracht bestuurlijke boete

Op 11 januari 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) een uitspraak gedaan over boetes die door gemeenten in verband met bijstandsverstrekking zijn opgelegd.

Wanneer een bijstandsgerechtigde niet tijdig, dan wel onjuiste informatie verstrekt aan de gemeente, wordt naast de terugvordering van de bijstandsuitkering vaak ook een boete opgelegd.

CRvB: afbetaling bijstandsboete maximaal twee jaar

De maximale termijn voor (af)betaling van de bijstandsboete komt te liggen op twee jaar. Bij het vaststellen van de termijn wordt gekeken naar de mate van verwijtbaarheid. Hoe hoger de mate van verwijtbaarheid, hoe hoger de boete en dus hoe langer de periode waarover de boete moet worden afbetaald. Het bedrag boven de beslagvrije voet zal volledig beschikbaar moeten worden gesteld voor de afbetaling van de boete. Is sprake van opzet dan zal de bijstandsgerechtigde twee jaar lang zijn boete moeten afbetalen. Bij grove schuld wordt een termijn van 18 maanden in acht genomen. Bij gewone verwijtbaarheid en verminderde verwijtbaarheid zal de bijstandsgerechtigde respectievelijk over een periode van 12 maanden en 6 maanden de boete moeten afbetalen.

Bent u het niet eens met de opgelegde bijstandsboete of de termijn waarover u uw bijstandsboete dient terug te betalen of heeft u vragen over de beslissing van de CRvB, neem dan contact  met ons op.

 

 

Deel deze pagina via: twitter
Volg ons via: twitter