Een dwangsom eisen bij niet tijdig beslissen?

Een dwangsom eisen bij niet tijdig beslissen?
Heeft u een aanvraag voor Wmo ondersteuning zorg gedaan bij het Wmo-loket of een bezwaarschrift ingediend, en daar wordt niet tijdig op beslist, dan kunt u geld eisen van de gemeente. Dan is de gemeente verplicht om binnen een bepaalde periode een beslissing te nemen. Doen ze dat niet en hebben ze dat ook niet laten weten, dan heeft u (misschien) recht op een dwangsom. Dit is een boete die de gemeente aan u moet betalen omdat ze niet doen wat ze moeten doen.
Natuurlijk begrijpen wij dat u liever meteen de juiste zorg of uitkering van de Sociale Dienst hebt dan een dwangsom. Maar toch… op deze manier kunt u wel druk zetten om sneller antwoord te krijgen.

Ingebrekestelling en verzoek dwangsom
Om de dwangsomregeling in werking te stellen dient een ingebrekestelling gestuurd te worden naar de instantie (gemeente, Sociale Dienst) waar u mee te maken hebt .
U kunt dit zelf doen, maar het is aan te raden hiervoor contact op te nemen met een jurist om fouten te voorkomen. Indien de ingebrekestelling niet correct is ingediend (te vroeg of op verkeerde wijze) dan gaat de dwangsom niet lopen.

Automatische dwangsom regeling
De gemeente / Sociale dienst dient binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling alsnog te beslissen. Hoort u niks? Dan de gaat de dwangsomregeling automatisch lopen en heeft u recht op een dwangsom. Hoe hoog het bedrag is dat u ontvangt, hangt af van het aantal dagen dat er vertraging is opgelopen:

  • Voor de eerste 2 weken € 20,- per dag.
  • Voor de volgende 2 weken € 30,- per dag.
  • Voor de overige dagen € 40,- per dag.
  • In totaal kan de dwangsom 42 dagen lopen en maximaal € 1.260,- bedragen.

Beroep niet tijdig beslissen
U kunt een beroepsprocedure starten bij de rechtbank om een dwangsom te laten vaststellen door de rechter. De rechter zal beoordelen of de beslistermijn is verstreken en of er een ingebrekestelling was verzonden. De rechter zal dan ook nog een termijn van 2 weken gunnen aan de gemeente  / Sociale Dienst. Indien ook die termijn verstrijkt, gaat de rechterlijke dwangsom lopen. Het is daarvoor niet noodzakelijk dat de uitspraak aan de gemeente / Sociale Dienst wordt betekend.

Heeft u Wmo-ondersteuning of een bijstandsuitkering aangevraagd, of heeft u een bezwaarschrift ingediend tegen een afwijzende beslissing op een dergelijke aanvraag, en krijgt u maar geen beslissing? Neem dan direct contact met ons op. Onze deskundige juristen staan voor u klaar en geven altijd gratis juridisch advies.
Wacht niet langer en neem contact met een jurist op.

Deel deze pagina via: twitter
Volg ons via: twitter

Bedragen leerlingenvervoer 2018 – 2019

Wat later dan gebruikelijk zijn de bedragen leerlingenvervoer 2018-2019 bekend. Het gaat om de in de Modelverordening leerlingenvervoer genoemde bedragen, te weten de inkomensgrens en de draagkrachtafhankelijke bijdrage.

Voor meer informatie klik op  https://vng.nl/onderwerpenindex/onderwijs/leerlingenvervoer/nieuws/bedragen-leerlingenvervoer-2018-2019 

Bron VNG

Deel deze pagina via: twitter
Volg ons via: twitter

Laatste nieuws: Wmo 2015 Uitspraak Rb R’dam over huishoudelijke hulp

Link

Op 19 februari 2018 heeft de Rechtbank Rotterdam een uitspraak gedaan over de huishoudelijke verzorging onder de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).

De rechtbank Rotterdm acht de wijze van onderzoek en indiceren in de voorliggende zaak voldoende zorgvuldig en voldoende concreet om te kunnen vaststellen of met de toegekende maatwerkvoorziening voor huishoudelijke ondersteuning een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een situatie waarin eiser in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid, zodat hij zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven wonen. Door te indiceren in resultaatgebieden en het ondersteuningsplan onderdeel uit te laten maken van het indicatiebesluit, is voldoende inzicht verschaft in de vraag op welke concrete wijze invulling wordt gegeven aan het bereiken van de resultaten “een schoon en leefbaar huis” en “het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding” en hoe met de te behalen resultaten een als compensatie te kwalificeren resultaat van de huishoudelijke verzorging kan worden verkregen. Dat de te besteden tijd (per activiteit) niet wordt vermeld, doet hier niet aan af.

In de rechtspraktijk zal blijken of de door ons gespotte ‘witte raaf’ aanzienlijk minder wit zal zijn. Wordt vervolgd!

Ga voor de volledige tekstuitspraak naar http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:1002

 

 

 

Deel deze pagina via: twitter
Volg ons via: twitter

Uitspraak rechtbank Overijssel over pgb: delegatie tarief en overgangsrecht

Het toekennen van een maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) met een toereikende hoogte blijkt een struikelblok te zijn voor gemeenten, zo blijkt ook uit de recente uitspraak van de rechtbank Overijssel. In deze uitspraak beschikte eiser onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) over de indicatie GGZ 3C (recht op intramurale zorg binnen de geestelijke gezondheidszorg). De indicatie was toegekend tot en met 21 maart 2017.

Twee aspecten spelen een rol in deze zaak: delegatie (van raad aan college van B en W) van tariefdifferentiatie voor het pgb, en het overgangsrecht voor de indicatie GGZ 3C/beschermd wonen.

Delegatie

Eerder al oordeelde de Centrale Raad van Beroep (17 mei 2017) dat de Verordening maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Emmen ten onrechte bepaalde dat het college van B en W nadere regels kan stellen over de hoogte van het pgb en het vaststellen van het pgb. Tariefdifferentiatie behoort volgens de CRvB tot de z.g. ‘essentialia’ van het voorzieningenpakket, de gemeenteraad mag dit daarom niet delegeren. De Rechtbank Overijssel trekt dezelfde conclusie.

 

 

 

Deel deze pagina via: twitter
Volg ons via: twitter

Hoogste bestuursrechter: Financiële tegemoetkoming blijft mogelijk onder nieuwe Wmo

De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) biedt gemeenten de mogelijkheid om een financiële tegemoetkoming toe te kennen. De definitie van maatwerkvoorziening in de wet is daar ruim genoeg voor. De wet stelt wel als voorwaarde dat de financiële tegemoetkoming een passende bijdrage moet leveren aan de zelfredzaamheid en participatie van de aanvrager.

De Centrale Raad van Beroep, een van de drie hoogste bestuursrechters die Nederland kent,  heeft dat in twee principiële uitspraken bepaald.

Het betreft de volgende twee uitspraken: ECLI:NL:CRVB:2018:396 en ECLI:NL:CRVB:2018:395

 

Deel deze pagina via: twitter
Volg ons via: twitter