Uitspraak rechtbank Overijssel over pgb: delegatie tarief en overgangsrecht

Het toekennen van een maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) met een toereikende hoogte blijkt een struikelblok te zijn voor gemeenten, zo blijkt ook uit de recente uitspraak van de rechtbank Overijssel. In deze uitspraak beschikte eiser onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) over de indicatie GGZ 3C (recht op intramurale zorg binnen de geestelijke gezondheidszorg). De indicatie was toegekend tot en met 21 maart 2017.

Twee aspecten spelen een rol in deze zaak: delegatie (van raad aan college van B en W) van tariefdifferentiatie voor het pgb, en het overgangsrecht voor de indicatie GGZ 3C/beschermd wonen.

Delegatie

Eerder al oordeelde de Centrale Raad van Beroep (17 mei 2017) dat de Verordening maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Emmen ten onrechte bepaalde dat het college van B en W nadere regels kan stellen over de hoogte van het pgb en het vaststellen van het pgb. Tariefdifferentiatie behoort volgens de CRvB tot de z.g. ‘essentialia’ van het voorzieningenpakket, de gemeenteraad mag dit daarom niet delegeren. De Rechtbank Overijssel trekt dezelfde conclusie.

 

 

 

Deel deze pagina via: twitter
Volg ons via: twitter

Hoogste bestuursrechter: Financiële tegemoetkoming blijft mogelijk onder nieuwe Wmo

De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) biedt gemeenten de mogelijkheid om een financiële tegemoetkoming toe te kennen. De definitie van maatwerkvoorziening in de wet is daar ruim genoeg voor. De wet stelt wel als voorwaarde dat de financiële tegemoetkoming een passende bijdrage moet leveren aan de zelfredzaamheid en participatie van de aanvrager.

De Centrale Raad van Beroep, een van de drie hoogste bestuursrechters die Nederland kent,  heeft dat in twee principiële uitspraken bepaald.

Het betreft de volgende twee uitspraken: ECLI:NL:CRVB:2018:396 en ECLI:NL:CRVB:2018:395

 

Deel deze pagina via: twitter
Volg ons via: twitter