Bijstandsboete vaak te hoog!

Uitgangspunt boete

Uitgangspunt van de Fraudewet is dat de opgelegde boete even hoog is als het bedrag dat de bijstandsgerechtigde te veel aan bijstand heeft ontvangen door schending van hun inlichtingenverplichting (fraudebedrag).

Hoogste rechter

Volgens de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter op het gebied van het sociale zekerheidsrecht, moet de  hoogte van een bijstandsboete zo worden vastgesteld, dat een betrokkene deze binnen een redelijke termijn kan betalen. Zo wordt voorkomen dat het opleggen van een boete tot gevolg heeft dat een betrokkene zeer langdurig op het absolute minimum moet leven. De Centrale Raad van Beroep gaat uit van een maximale termijn van twee jaar. Bij de vaststelling van die termijn moet ook rekening worden gehouden met de mate van verwijtbaarheid van betrokkene, zodat de periode ook korter kan zijn. In jurisprudentie wordt ook grove schuld als mate van verwijtbaarheid toegepast.

Bijstandsboete vaak te hoog
De ervaring leert dat sommige gemeenten de boete te hoog vaststellen. Daarmee voldoen zij  niet aan de door de rechtspraak vastgestelde eisen. De hoogte van de boete moet namelijk worden afgestemd aan de mate van verwijtbaarheid. Veel gemeentes geven ten onrechte nog boetes van 100% of 50%  van het bedrag dat teveel aan bijstand is uitgekeerd. Een boete van 100% mag alleen worden opgelegd bij opzet. Bij grove schuld is een boete van 75% op zijn plaats. Bij “‘normale” verwijtbaarheid mag de gemeente een boete opleggen van 50% en bij verminderde verwijtbaarheid is een lagere boete van 25% mogelijk.

U bent het niet eens met de (hoogte van de) boete.
Bezwaar maken, kan nuttig zijn. Stuur ons met de SSL beveiligde internetverbinding online contactformulier uw gegevens toe. Een ervaren bijstandsspecialist informeert u vrijblijvend en kosteloos over de juiste juridische aanpak.

 

Deel deze pagina via: twitter
Volg ons via: twitter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *